Hoe is uw onderneming opgenomen in het bestemmingsplan?

Wijzigingen kunnen u dwingen tot aanpassingen

Hoe is uw onderneming opgenomen in het bestemmingsplan?

Wat met de ruimte in ons land mag en niet mag, is vastgelegd in bestemmingsplannen. Als het gaat om de bestemming ‘bedrijven’ bevat een dergelijk plan milieuzoneringen. De gemeente, die de plannen vaststelt, onderzoekt dan welke bedrijven onder het betreffende bestemmingsplan vallen en welke milieucategorieën van toepassing zijn. Daarbij kijkt hij onder meer naar afstand ten opzichte van woningen en andere gebouwen, maar ook bijvoorbeeld naar wegen en perceelsgrenzen.

In de praktijk blijkt dat uw bedrijf, als gevolg van wijzigingen in bestemmingsplannen, gedwongen kan worden maatregelen te treffen om aan nieuwe voorwaarden te voldoen. Een omgekeerde wereld. Uw bedrijf was er immers al gevestigd, maar de gemeente laat bijvoorbeeld woningbouw toe en beperkt u daarmee in uw activiteiten. Als u alert bent, kunt u de gemeente echter de verantwoordelijkheid laten nemen om samen met u een oplossing te zoeken. Dat kan betekenen dat uw bedrijf wordt verplaatst naar een nieuwe, geschikte locatie en dat de gemeente daar een financiële bijdrage in moet leveren.

SCT Juridisch Adviesbureau kan u daarbij helpen. Zowel als het gaat om het indienen van een zienswijze in het kader van een ontwerp bestemmingsplan als in gesprekken met de gemeente over een verplaatsing.

Bedrijvenlijst geeft inzicht in aard van bedrijvigheid
In een bestemmingsplan wordt vaak verwezen naar een ‘bedrijvenlijst’. Daarin zijn alle vormen van bedrijvigheid, zoals agrarische bedrijven, horeca en detailhandel, vastgelegd. In dat verband kennen we ‘algemene bestemmingen’ (bijvoorbeeld dienstverlenende bedrijven voor de agrarische sector) en ‘toegespitste bestemmingen’. Een voorbeeld van dat laatste is ‘transportbedrijf’.

Met een dergelijke bedrijvenlijst kan de gemeente bepaalde bedrijvengroepen toelaten of uitsluiten. Voor een bestaand bedrijf betekent dit dat de gemeente in een bestemmingsplan kan bepalen dat een bedrijf ‘positief wordt bestemd’ (en dus wordt toegelaten), of juist onder overgangsrecht wordt gebracht en door sanering zal moeten vertrekken. Als er sprake is van dat laatste, moet in het bestemmingsplan worden aangetoond dat die sanering economisch uitvoerbaar is en moet de gemeente aangeven hoe de sanering of verplaatsing wordt gefinancierd. Indien het niet uitvoerbaar blijkt (het zogenaamde ‘wegbestemmen’), zal de gemeente het betreffende bedrijf in het bestemmingsplan moeten toelaten. Vaak wordt dan wel de specifieke bestemming, zoals ‘transportbedrijf’ opgenomen, waarmee de gemeente wil voorkomen dat de milieubelasting in de omgeving toeneemt.

Wat moet u doen als uw gemeente een bestaand bestemmingsplan herziet?

Het herzien van bestemmingsplannen is aan strikte regels gebonden. Vaak zal de gemeente beginnen met een inspraakronde, waarin iedereen zijn reactie aan de gemeente kenbaar kan maken. Het voordeel daarvan is dat opmerkingen van inwoners al in het te ontwikkelen plan kunnen worden opgenomen of dat onderdelen nog kunnen worden gewijzigd. Dat kan in deze fase omdat er nog geen sprake is van een formeel traject.
Als de gemeente zo’n inspraaktraject heeft doorlopen, wordt het ‘ontwerp bestemmingsplan’ gedurende zes weken ter inzage gelegd. Dit is de start van de formele procedure. In deze periode kan iedereen schriftelijk zijn of haar zienswijze met betrekking tot het ontwerp bestemmingsplan kenbaar maken aan de gemeente (later volgen nog meer bezwaar mogelijkheden).

Wij adviseren u dringend altijd een dergelijk ontwerp bestemmingsplan in te zien en te onderzoeken of het geen beperkingen voor uw bedrijf inhoudt. Een transportbedrijf valt altijd in de milieucategorie 3. Als in het ontwerp wordt bepaald dat milieucategorie 2 op uw bedrijf wordt gelegd, betekent dit dat u een beperking van uw activiteiten wordt opgelegd. Categorie 2 houdt bijvoorbeeld in dat de afstand die tot uw bedrijf gehouden moet worden (bijvoorbeeld als men woningbouw in de omgeving van uw bedrijf wil toelaten) veel minder groot is dan de 100 meter die geldt als u onder categorie 3 valt. Door een zienswijze in te dienen kunt u dat voorkomen.

Het is ook goed mogelijk dat er nu nog geen woningbouw in de buurt van uw bedrijf is, maar dat de gemeente dat wel zou willen toelaten. Uitgaande van milieucategorie 3 en de bedrijvenlijst (afstand 100 meter), betekent dit dat er binnen die 100 meter gerekend van de grens van uw terrein geen woningen mogen worden gebouwd. In een lagere milieucategorie is een afstand van 25 à 30 meter vaak uitgangspunt. Laat de gemeente dan woningbouw toe, dan is de kans zeer groot dat de bewoners gaan klagen over het geluid van aankomende en vertrekkende vrachtauto’s. De gemeente is in dat geval verplicht te onderzoeken of de klachten terecht zijn. En zijn ze terecht dan zal de gemeente moeten optreden. Vaak zal de gemeente u dan vragen maatregelen te treffen om de geluidbelasting op die woningen te verminderen. Maar eigenlijk betekent het dat u niet meer kunt voldoen aan de voorschriften van uw milieuvergunning en kan de gemeente besluiten u een dwangsom op te leggen totdat u maatregelen heeft getroffen.

Als blijkt dat de gemeente niet wil dat uw bedrijf positief in het bestemmingsplan wordt bestemd, zal hij moeten aangeven dat hij van plan is uw bedrijf niet (meer) toe te laten en binnen de planperiode van het bestemmingsplan wil verplaatsen. Dat moet echter, zoals eerder gezegd, voor de gemeente economisch haalbaar zijn.

Algemene normen voor transportbedrijven
Gemeenten hanteren bij het ‘toelatingsbeleid’ in het kader van bestemmingsplannen een zogenaamde bedrijvenlijst. In die lijst gelden de volgende uitgangspunten als standaard voor transportbedrijven:
Geur  0 meter
Stof  0 meter
Geluid  100 meter
Gevaar  30 meter
milieucategorie 3

Vragen? Neem contact op met SCT Juridisch Adviesbureau, telefoon 010-3042850 of per e-mail info@sct-jurdischadviesbureau.nl.