| Ontslag in crisistijd |
|
Ontslag in crisistijd: goed opletten
Als de druk groot is, neemt ook de kans op fouten toe. Van de ruim 13.000 ontslagaanvragen die het UWV in het derde kwartaal van 2009 afwikkelde, werd ruim 8,5 procent geweigerd. Op jaarbasis gaat het om vele duizenden zaken. Nog eens ruim veertien procent van de aanvragen werd ingetrokken, bijvoorbeeld omdat het voor de werkgever al tijdens de behandeling duidelijk was dat een aanvraag weinig kans maakte.
Ontslag is juridisch gezien een 'allerlaatste remedie'. Daarom worden ontslagaanvragen streng beoordeeld. En het maakt niet uit of dat is vanwege ‘onvoldoende functioneren’ van de werknemer of om bedrijfseconomische redenen.Onlangs publiceerde het UWV de top 7 van meest voorkomende fouten bij een ontslagaanvraag.
1. Alternatieven voor ontslag onvoldoende onderzocht;
2. Collectief ontslag (20 of meer ontslagen) niet bij de bonden gemeld;
3. Ontslagaanvragen onvoldoende onderbouwd;
4. Door onjuiste afspiegeling verkeerde medewerkers voor ontslag voorgedragen;
5. Medewerkers die niet goed functioneren bij reorganisatie voor ontslag voorgedragen, terwijl ze volgens de regels er niet voor in aanmerking komen;
6. Functies opheffen en werknemers laten solliciteren naar 'nieuwe' functies die nauwelijks afwijken van de oude;
7. Onvoldoende of geen nazorg voor boventallig personeel, waardoor de indruk kan ontstaan dat het om 'kennelijk onredelijk ontslag' gaat.
Let op: Door een wetswijziging op 1 augustus 2009 is het mogelijk, in afwijking van het afspiegelingsbeginsel, een onmisbare werknemer te behouden voor het bedrijf. De werknemer moet dan wel echt over zodanige kennis en bekwaamheden beschikken, dat zijn ontslag ernstige bezwaren oplevert voor het functioneren van de onderneming. En een verzoek daartoe moet terdege onderbouwd zijn.
Onderbouwen behoud medewerker echt noodzakelijk
In alle, ruim vijftien procedures, waarin na de wetswijziging een beroep werd gedaan op de mogelijkheid om mensen in strijd met het afspiegelingsbeginsel te behouden, heeft UWV Werkbedrijf de verzoeken afgewezen. Dat was steeds op basis van een slechte onderbouwing van het verzoek.
Zo moet de werkgever
- terdege kunnen bewijzen dat hij een bestendig beleid heeft gevoerd, dat gericht is op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden van werknemers (op dit punt zijn de meeste verzoeken afgewezen);
- als het gaat om een onmisbare werknemer, de kennis en vaardigheden van de betreffende werknemer expliciet beschrijven en de noodzaak van het behoud overtuigend aantonen;
- altijd rekening houden met het 10 procents-criterium, dat geldt voor de leeftijdsgroepen 15-24 jaar en 55 jaar en ouder. |