| Verwarring rond VAR en ZZP'er |
|
Andere vragen op formulier wijzen op aanscherpen criteria Verwarring rond Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) en status ZZP’er In de afgelopen jaren is er veel verwarring geweest over de waarde van de Verklaring Arbeids Relatie, de VAR. In 2002 had UWV nieuwe beleidsregels in het leven geroepen. En die zijn daarna een aantal keren gewijzigd. Dat leidde tot de nodige onduidelijkheid. De insteek van UWV met de invoering van de nieuwe beleidsregels is duidelijk: zoveel mogelijk dienstverbanden creëren en zo inkomen voor zichzelf genereren. Voor mensen in dienstverband moeten namelijk, in tegenstelling tot voor zelfstandigen, afdrachten worden gedaan. De afgelopen jaren is er echter sprake van een duidelijke trend: steeds meer voormalige werknemers willen juist als ‘kleine zelfstandige’ door het leven gaan. En dat zou de inkomstenbron van UWV verminderen. Tegelijk was UWV bang dat deze zelfstandigen bij het verliezen van hun bedrijf wèl zouden aankloppen voor een uitkering. Medewerkers van UWV hebben dat tijdens hoorzittingen in een aantal zaken tegen cliënten van SCT Juridisch Adviesbureau ook expliciet gezegd. Kennelijk was UWV bevreesd door een rechter eventueel te worden veroordeeld, als zij een uitkering zou weigeren. Maar uiteindelijk is op 1 januari 2005 duidelijkheid gecreëerd: wanneer een zelfstandige/ZZP’er voor een bedrijf ging werken en hij of zij kon de goedgekeurde VAR tonen, dan hoefde de opdrachtgever van deze zelfstandige/ZZP’er niet bang te zijn voor naheffingen van UWV. Het vragenformulier dat een zelfstandige/ZZP’er moet invullen is echter onlangs gewijzigd. Op dit formulier, dat net als voorheen voor controle naar de Belastingdienst moet worden gezonden, zijn de meer algemene vragen over opdrachtgevers behoorlijk aangescherpt en de beantwoording ervan kan behoorlijk nauw luisteren (!). Waar het eerder voldoende was dat je kon aantonen dat je meer dan één opdrachtgever had, wordt nu gevraagd naar de omzet per opdrachtgever en zelfs of één opdrachtgever misschien meer dan de helft van de omzet oplevert. (Zie bijvoorbeeld vraag 3 onder e: Verwacht u dat de inkomsten voor meer dan 70 % worden behaald bij één opdrachtgever?) Het kan dus zomaar gebeuren dat, hoewel er in de feitelijke situatie niets verandert, het UWV aan de hand van de gegeven antwoorden toch tot de conclusie komt dat er sprake is van een dienstbetrekking. Vervolgens zal zij de opdrachtgever laten weten dat hij een nieuwe werknemer heeft en geen sociale heffingen heeft afgedragen. Gevolgd door een naheffing met boete. SCT Juridisch Adviesbureau kan u in deze lastige materie ondersteunen. Wij kennen de transportwereld en weten wat er bij een transportbedrijf speelt. Deze ervaring kan een substantieel en kostenbesparend voordeel opleveren. Bel daarom nu (010) 428 21 00 of stuur een e-mail naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Wat kunt u als opdrachtgever het beste doen nu voor de VAR nieuwe criteria worden gehanteerd? In de meeste zaken heeft de Centrale Raad van Beroep tot nu toe geoordeeld, dat er sprake is van een dienstbetrekking en dat UWV met de naheffing dus gelijk had. Dat is een vervelende ontwikkeling, want die bedragen kunnen behoorlijk oplopen. De Centrale Raad blijkt maar zeer beperkt naar deze zaken te kijken. Bekend is ‘de zaak Driessen’ waarin de Centrale Raad van Beroep uiteindelijk heeft geoordeeld dat er wel sprake was van een dienstbetrekking. Ze heeft daarbij niet onderzocht of er sprake was van vervanging. In de praktijk weet een opdrachtgever/transportbedrijf helemaal niet of degene die hij het vervoer opdraagt dat mogelijk ook weer (bijvoorbeeld aan een ZZP’er uitbesteed). In deze zaak werd aangevoerd dat er echt sprake was van ‘uitbesteed vervoer’ en dus ‘van vervanging van de ZZP’er’. In die zin was er geen sprake van persoonlijke arbeid van de ZZP’er. De Centrale Raad is daar echter volledig aan voorbijgegaan. Had ze daar wel rekening mee gehouden, dan had ze moeten vaststellen dat niet werd voldaan aan alle drie criteria en dat er dan dus geen sprake is van een dienstbetrekking/arbeidsverhouding.
De VAR wordt zo langzamerhand een ‘klucht’ die niets voorstelt en alleen maar schijnzekerheid biedt. Tot voorheen waren de drie criteria duidelijk: |